Europese wijsbegeerte

Een historische inleiding

Gerd Van Riel (Author), Guy Claessens (Author),

Category: Nederlandstalige uitgaven - handboek, Philosophy

Language: Dutch

ISBN: 9789462704206

Publication date: July 2, 2024

€30.00 (including 6% VAT)

Buy Now

Number of pages: 312

Size: 234 x 156 x 19 mm

Stock item: 161030

Standard delivery time for print books:

For Belgium: 5 to 8 working days

For EU: 2 to 3 weeks

For other countries: 4 to 5 weeks

SHARE

Onontbeerlijk handboek over de historiciteit van de filosofie – herziene editie 2024.

Filosofie is wezenlijk historisch. Zo zijn de verwondering die haar drijft en haar “eeuwige” vragen gebonden aan de specifieke context waarin ze ontstaan. De antwoorden zijn interpretaties van de werkelijkheid ingegeven door de tijdsgeest én door confrontatie met vroegere beschouwingen. Om het met de woorden van G.W.F. Hegel te zeggen: “Die Philosophie ist ihre Zeit in Gedanken erfasst.” Daarnaast is de geschiedenis ook wezenlijk voor de wijsbegeerte omdat de historiciteit zelf een onderdeel vormt van de filosofische reflectie. Onze omgang met de geschiedenis situeert zich, net zoals deze historische inleiding tot de wijsbegeerte, tegen de achtergrond van onze tijdsgeest.

Europese wijsbegeerte. Een historische inleiding bespreekt de historiciteit van de filosofie in deze dubbele betekenis. Het eerste deel geeft een overzicht van de filosofische rationaliteit van de Griekse oudheid tot de hedendaagse periode. Het tweede deel benadert wijsbegeerte als historisch-hermeneutische wetenschap. Deze herziene editie biedt ook ruimte aan actuele thema’s zoals canon, diversiteit, feminisme en postkolonialisme.

INLEIDING
1. Plato’s grot
2. Filosofie en ideologie
3. De historiciteit van de filosofie
4. Een filosofische canon?

Deel 1 DE LOTGEVALLEN VAN DE FILOSOFISCHE RATIONALITEIT

Hoofdstuk 1
WIJSBEGEERTE BINNEN DE ANTIEKE BESTAANSHORIZON
(6de eeuw v.C.-6de eeuw n.C.)
1. Het ontstaan van de wijsgerige rationaliteit
1.1. Van mythos naar logos
1.2. De natuurfilosofen: het ontstaan van een kosmologie
Heraclitus: ‘Alles vloeit’
Parmenides: ‘Het zijnde is’
1.3. Het ontstaan van een ethiek
Het relativisme van de sofisten
Socrates (469-399 v.C.)
2. De filosofie wordt een systeem
2.1. Plato (428-347 v.C.)
In de ban van Socrates
De ziel
Het inzichtelijke
Het probleem van de morele opvoeding
De morele staatsorde
De kennis
Participatie
Het Goede
Loslaten van het lichamelijke
2.2. Aristoteles (384-322 v.C.)
Een systematische wetenschap
De categorieën
De vier oorzaken
Vorm en doel: teleologie
De ziel als vorm
Vorm en materie: hylemorfisme
Veranderlijkheid: act en potentie
Ethiek
Het goddelijke
3. De latere oudheid: filosofie als levenswijsheid
Schaalvergroting: het hellenisme (323-30 v.C.) en het Romeinse Rijk (ca. 200 v.C.-475 n.C.)
De stoa
Het epicurisme
Het neoplatonisme

Hoofdstuk 2
HET MIDDELEEUWSE PERSPECTIEF (5de-15de eeuw)
Het christendom
1. De vroege middeleeuwen: Augustinus (354-430)
De wil en de rede
De verlichting van het verstand (illuminatie)
Philosophia Christiana
Het vroegmiddeleeuwse geestesleven
2. De volle middeleeuwen: Herontdekking van Aristoteles
Middeleeuwse (aristotelische) natuurfilosofie
3. De integratie van Aristoteles
Aristotelische conflictstof
3.1. De synthese van Thomas van Aquino (1225-1274)
Rede en geloof
De kennis
NEOPLATONISME
De universalia
God
De menselijke ziel
Ethiek
3.2. Het nominalisme van Willem van Ockham (ca. 1285-ca. 1348)
Reactie tegen het realisme
Aandacht voor het particuliere
Het ‘scheermes van Ockham’……
…scheert aan twee kanten

Hoofdstuk 3
DE CRISIS VAN DE MODERNITEIT(15de-19de eeuw)
1. Geweld
De crisis
2. De nieuwe wetenschap
Francis Bacon (1561-1626)
Wetenschap en filosofie groeien uit elkaar
De natuur als te beheersen vijand
3. De opmars van het subject
4. De moderne wijsbegeerte ten dienste van wetenschap en subject
4.1. Het rationalisme van René Descartes (1596-1650)
De twijfel
Eerste zekerheid: ‘Je pense donc je suis’
Dualisme
Het probleem van de brug
Tweede zekerheid: het bestaan van God
Derde zekerheid: het bestaan van de buitenwereld
De mathematische structuur van de werkelijkheid
4.2. Het empirisme: John Locke (1632‑1704) en David Hume
(1711‑1776)
‘No innate ideas!’
Het scepticisme van David Hume
Mind, substanties en causaliteit
De wetenschap in crisis?
4.3. Het kritisch idealisme van Immanuel Kant (1724-1804)
Rationalisme en empirisme
Copernicaanse revolutie
Transcendentaal standpunt
Analyse van het kenproces: Fase 1. Transcendentale esthetiek
Fase 2. Transcendentale analytiek
Fase 3. Transcendentale dialectiek
De traditionele metafysica als onmogelijke wetenschap
Kritiek van de praktische rede
4.4. Het absolute idealisme: Georg Wilhelm Friedrich Hegel (1770‑1831)
Het uitgangspunt: de Franse Revolutie
Het project: denken van het absolute
De te overwinnen weerstand: het ‘verstandsdenken’
Hegels reactie tegen Kant
Absoluut idealisme
De dialectische methode
De Geest
4.5. Filosofie als maatschappelijke praktijk: Karl Marx (1818-1883)
Historisch materialisme
Kritiek op Hegel
Arbeid
Arbeidsdeling, privebezit en uitbuiting
Zelfvervreemding
Klassenstrijd
Filosofie als maatschappelijke praktijk

Hoofdstuk 4
HET EINDE VAN DE MODERNITEIT? (19de-21ste eeuw)
1. Revolutie
2. De grenzen van het geloof in de wetenschap
Het positivisme
Het vooruitgangsgeloof ter discussie
3. De onttroning van het subject
De ‘meesters van het wantrouwen’
4. Een wijsgerige revolutie
Nieuwe klemtonen in de hedendaagse filosofie
4.1. Friedrich Nietzsche (1844-1900), de filosoof met de hamer
Begrippenmummies
Afwijzing van ‘de’ waarheid
Afwijzing van het ‘platonisme’ en de joods-christelijke traditie
Afwijzing van de moraal
Afwijzing van de religie
Hoe moet het nu verder?
4.2. Edmund Husserl (1859-1938) en de fenomenologie
De crisis van de wetenschappelijke rationaliteit
Transcendentaal standpunt
Fenomenologie
Intentionaliteit
De leefwereld als (re)constructie
Objectiviteit
4.3. Martin Heidegger (1889-1976) en de existentiële fenomenologie
Dasein
Existentialen
Onze omgang met de dingen in de wereld
Mit-sein en Mit-Dasein
Het ‘men’ (das Man)
Openheid (Entschlossenheit)
Tijdelijkheid
Geworpenheid, ontwerp en vervallen
Angst
De dood
Zijn en tijd – en verder
4.4. Hannah Arendt (1906-1975): het actieve leven
Vita activa
Arbeiden, werken en handelen
Pluraliteit en het politieke
Macht
De banaliteit van het kwaad
4.5. Het existentialisme: de vrijheid ten top gedreven
‘Pour-soi’ en ‘en-soi’
‘L’etre et le neant’
Tot vrijheid gedoemd
4.6. De deconstructie van Jacques Derrida (1930-2004)
Structuralisme
Structuralisme in de culturele antropologie
Structuralisme in de psychoanalyse
Poststructuralisme
De taal
Het schrift
Depreciatie van het schrift
‘La differance’
De wereld als tekst
Deconstructie
De tijd en het ‘ondeconstrueerbare’
Poststructuralisme en gendertheorie: Judith Butler (°1956)
Poststructuralisme en postkoloniale theorie
5. Een nieuwe stem in het oude debat: de analytische wijsbegeerte
5.1. Taalfilosofie
‘Continentale’ en ‘analytische’ filosofie
5.2. De wetenschappelijkheid van de logische taal: L. Wittgenstein, Tractatus Logico-philosophicus (‘Wittgenstein I’)
Het programma: vermijden van ‘gezwets’
Betekenis, verwijzing en waarheid
Alleen empirische uitspraken zijn betekenisvol
Filosofie als taalverheldering
Het mystieke
De scheiding van feitelijkheid en zingeving
5.3. De werkelijkheidswaarde van de ‘gewone’ taal: L. Wittgenstein, Philosophische Untersuchungen (‘Wittgenstein II’)
Taalspel
‘Meaning is use’
Taal als gereedschapskist
Levensvormen

Deel 2
WIJSBEGEERTE ALS HISTORISCH-HERMENEUTISCHE WETENSCHAP
Inleiding
1. Het historicisme
2. L’histoire se repete – of toch niet? Oswald Spengler (1880-1936) en Karl Popper (1902-1994)
Patronen in de geschiedenis
De kritiek van Karl Popper
3. De vraag naar ‘betekenis’ in de menswetenschappen
Positivisme in de menswetenschappen
De vraag naar betekenis

Hoofdstuk 1 ONTSTAAN VAN DE HERMENEUTIEK ALS WETENSCHAP
1. Ontstaan van een algemene hermeneutiek
2. De reproducerende hermeneutiek van Friedrich Schleiermacher (1768‑1834)
Universele hermeneutiek
Reproducerende hermeneutiek
De hermeneutische cirkel

Hoofdstuk 2
HET HISTORISCHE VERSTAAN IN DE GEESTESWETENSCHAPPEN
1. Wilhelm Dilthey (1833-1911): het Verstehen
Objectieve geest
Nacherleben
2. Martin Heidegger over verstaan en interpretatie
Voor-structuren
Sinn
3. Hans-Georg Gadamers (1900-2002) historisering van het verstaan Werkingshistorisch bewustzijn
Vooroordelen
Traditie
Versmelting van horizonten
Drie kritieken op Gadamer. 1. Emilio Betti
Kritiek 2. Jurgen Habermas
Kritiek 3. Jacques Derrida
New Historicism

UITLEIDING: IS DIT HET EINDE?
Het postmodernisme
Het einde van de geschiedenis?

GECITEERDE VERTALINGEN EN GERAADPLEEGDE LITERATUUR
NAMENREGISTER

Gerd Van RielORCID icon

Gerd Van Riel is professor of ancient philosophy at the KU Leuven Institute of Philosophy.

Gerd Van Riel is als gewoon hoogleraar antieke filosofie verbonden aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte (De Wulf-Mansioncentrum) van de KU Leuven. Zijn specialisatiedomein is de filosofie van Plato en de Platoonse traditie.

Guy ClaessensORCID icon

Guy Claessens is postdoctoral researcher at the KU Leuven Institute of Philosophy.

Guy Claessens is als gastdocent verbonden aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte (De Wulf-Mansioncentrum) van de KU Leuven. Hij is gespecialiseerd in de receptie van de antieke wijsbegeerte en in de theorie van de geschiedschrijving.

Een zoveelste overzicht van de geschiedenis van de filosofie? Dat zou je kunnen denken bij het lezen van de kaft, maar dit boek biedt wel echt meer. Gerd Van Riel en Guy Claessens, belden verbonden aan het Hoger lnstituut voor Wijsbegeerte van de K.U.Leuven, beperken zich niet tot een loutere beschrijving van de ideeen van de grate filosofen. Volgens hen moeteen historische inleiding op de filosofie zich ook concentreren op de manier waarop de wijsbegeerte haar eigen geschiedenis in het denken integreert.
Als handboek biedt dit boek toch dat ietsje meer dan geïnteresseerden verwachten. Een kijk op een filosofische geschiedenis die niet alleen beschrijft, maar ook uitdaagt tot verder denken.
Willy Deckers, De Leeswolf, 2012, jaargang 18, nr 1, februari

Related titles