Recht als religie

Canonieke onderbouw van de vroegmoderne staatshervorming in de Zuidelijke Nederlanden

Bart Wauters (Author),

Series: Symbolae Facultatis Litterarum Lovaniensis - Series B 35

Category: History, History 1500-1800, Nederlandstalige uitgaven - monografie en bundel

Language: Dutch

ISBN: 9789058675088

Publication date: February 13, 2006

Read the book for free with Google Books

Number of pages: 490

Size: 240 x 160 x 30 mm

SHARE

In deze studie werden de verhoudingen tussen Kerk en Staat als basis voor het Westerse constitutionele model onderzocht. De verhoudingen tussen Kerk en Staat hebben tussen de 15de en 18de eeuw een fundamentele bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van subjectieve natuurlijke rechten (zgn. grondrechten of mensenrechten), en van de notie van constitutionele normen. Toch wordt deze periode traditioneel beschouwd als het hoogtepunt van het vorstelijk absolutisme, waarin geen respect bestond voor grondrechten van de onderdanen. Maar precies in het als absolutistisch te kwalificeren proces waarin de Staat zich geleidelijk opwierp als enige publiekrechtelijke macht, ten koste van o.a. de Kerk, werden door juristen en kerkjuristen argumenten gebruikt die wijzen op de institutionele bescherming van grondrechten van de onderdanen, zoals het recht op een eerlijk proces of het recht op vreedzaam bezit. Deze argumenten werden op de eerste plaats ingeroepen tegenover de kerkelijke overheid, maar meer en meer ook tegenover het staatsgezag zelf. Het is daarbij opmerkelijk dat deze argumenten afkomstig waren uit het Romeins recht en uit het middeleeuws kerkelijk recht. Het kerkelijk recht functioneerde met andere woorden als het model voor de Westerse Staat, zowel in de centraliserende-absolutistische dynamiek als in de bescherming van grondrechten van onderdanen.

Dit onderzoek reconstrueert de ontwikkeling van twee rechtsfiguren die de verhoudingen tussen Kerk en Staat tussen de 15de en de 18de eeuw hebben bepaald, en waarvan nog een vage echo is terug te vinden in de Belgische grondwet van 1831 (art. 16). Deze rechtsfiguren vormen de kern van het vroegmoderne juridische stelsel van verhoudingen tussen Kerk en Staat, omdat ze de Staat toelieten om waar nodig de kerkelijke wetgeving en rechtspraak te controleren. In de rechtsleer werden deze rechtsfiguren op relatief eenvormige wijze verantwoord: de Staat heeft de plicht om de rechten van de onderdanen te beschermen tegenover geweld van allerlei aard, ook indien dat ‘geweld’ afkomstig is van de kerkelijke overheid. Hieruit groeide het idee dat deze rechten ook konden ingeroepen worden tegenover geweld dat van het staatsgezag uitging.

De resultaten van dit onderzoek werden geanalyseerd vanuit een historisch en rechtstheoretisch perspectief. Om na te gaan of, en hoe, de vroegmoderne verhoudingen tussen Kerk en Staat hebben bijgedragen tot de ontwikkeling van subjectieve natuurlijke rechten of constitutionele normen, is het nodig om te weten wat ‘subjectieve natuurlijke rechten’ of ‘constitutionele normen’ zijn. Impliciet heeft dat ook betrekking op de vraag naar de fundamenten en de legitimatie van het recht.

Verantwoording

DEEL I – HET GELOOF IN HET RECHT

Hoofdstuk I – De middeleeuwse politieke theologie

1. De politieke theologie van de Gregoriaanse hervorming: ecclesiologische, institutionele en juridische aspecten, 11de-13de eeuw
2. De triomf van de Staat
3. Conciliarisme, corporatisme en constitutionalisme

Hoofdstuk II – Politieke theologie in de Nieuwe Tijd

1. De monarchie van goddelijk recht: de politieke theologie na Reformatie en katholieke hervorming, 16de-18de eeuw
2. Determinanten in de evolutie van het vroegmoderne soevereiniteitsbegrip
3. Rechtsbronnen en rechtsfiguren tussen Kerk en Staat

DEEL II – DE DOGMATIEK VAN HET RECHT

Hoofdstuk III – Het vorstelijk placetrecht in de canonieke doctrine

1. Distinctio 4 en de receptie van de wet
2. Wetgeving en ontwikkeling
3. De rechtsleer rond het vorstelijk placetrecht

Hoofdstuk IV – De recursus ad principem in de canonieke doctrine

1. Bezit en procedure volgens de klassieke canonistiek
2. De constructie van de recursus ad principem
3. De rechtsleer rond de recursus ad principem

DEEL III – Recht als religie

Hoofdstuk V – Subjectieve rechten in de objectieve rechtsorde

1. Kerk-Staat-verhoudingen als onderbouw van de objectieve rechtsorde
2. Kerk-Staat-verhoudingen als onderbouw van de idee van subjectieve rechten
3. Het rechtssubject in de objectieve rechtsorde

Hoofdstuk VI – Recht als religie

1. De excommunicatie
2. Subjectieve goddelijke rechten
3. Verhoudingen tussen Kerk en Staat in België

Conclusies
Afkortingen

Bart Wauters

Related titles