De bloesem van het leven

Esthetiek en ethiek in Arthur Schopenhauers filosofie

Bart Vandenabeele (Author),

Series: Wijsgerige Verkenningen 22

Category: Nederlandstalige uitgaven - monografie en bundel, Philosophy

Language: Dutch

ISBN: 9789058671363

Publication date: September 24, 2001

€47.50 (including 6% VAT)

Buy Now

Number of pages: 312

Size: 240 x 160 x mm

Stock item: 95754

Standard delivery time for print books:

For Belgium: 5 to 8 working days

For EU: 2 to 3 weeks

For other countries: 4 to 5 weeks

SHARE

Schopenhauers filosofie staat bekend als pessimistisch. Traditioneel worden zijn esthetica en kunstfilosofie als een voorafschaduwing van de onthechting van de redeloze wil (de drift) in de mystiek of ascese beschouwd. Dat zou de enige mogelijke verlossing bieden uit dit aardse tranendal. De esthetische gevoelens van het schone en het sublieme, die het subject in staat stellen om zich heel even van de wil bevrijd te voelen, zouden een louter voorbereidende functie hebben ten aanzien van de ascetische ethiek. De esthetica zou een bruggenhoofd naar de ethiek vormen, waar de volledige verloochening (Verneinung) van de wil totstandkomt.

Deze klassieke, dialectische interpretatie wordt in De bloesem van het leven voor het eerst grondig aangevochten: diverse elementen reveleren immers de discontinuïteit tussen esthetica en ethiek en bevestigen de waardevolle autonomie van het esthetische ten opzichte van het ethische. Door Schopenhauers inzichten te confronteren met die van onder anderen Shaftesbury, Burke, Kant, Schiller, Nietzsche en Lyotard wordt niet alleen een heldere en diepgaande kennismaking met Schopenhauers wijsbegeerte geboden maar tevens een kijk die de klassieke visie op Schopenhauer radicaal in vraag stelt.

De bloesem van het leven bevat vier helder geschreven hoofdstukken en een epiloog.

Het eerste hoofdstuk biedt een nauwgezette interpretatie van Schopenhauers theorie van de esthetische aanschouwing vanuit epistemologisch perspectief. In tegenstelling tot wat men traditioneel beweert, is de esthetische contemplatie volgens Schopenhauer geen louter negatief genot dat veroorzaakt wordt doordat men zichzelf even bevrijd weet van de wil. De esthetische aanschouwing gaat van positief en intrinsiek genot vergezeld, dat geenszins te reduceren valt tot het negatieve gevoel van verlossing dat in de ascese wordt ervaren.

Het tweede hoofdstuk laat zien dat de hiërarchie van de kunsten niet parallel loopt met de bijdrage die de kunstvorm levert aan de bevrijding van de wil. De hoogste kunstvorm is volgens Schopenhauer niet het treurspel, maar de muziek die het nauwst verweven is met affectiviteit en temporaliteit en het diepste inzicht biedt in de kern van de wereld, de wil. De epistemologische en ontologische waarde is belangrijker dan de ethische.

Het derde hoofstuk biedt een gedetailleerde analyse van de esthetische gevoelens. Het schone en het sublieme zijn vaak geanalyseerd als louter oppervlakkige en gradueel verschillende gevoelens. Aandachtige studie van Schopenhauers esthetica laat echter zien dat het sublieme gevoel – als paradoxale vermenging van pijn en genot – radicaal verschilt van het serene gevoel van het schone en de eenheid van Schopenhauers systeem bedreigt.

Het ontwrichtende effect van het sublieme kan slechts volledig gevat worden in confrontatie met de ethiek van Schopenhauer zelf en van andere denkers. In het vierde hoofdstuk wordt aangetoond dat noch het schone noch het sublieme de band met ethiek nauw aanhalen. In het gevoel van het schone is de band met de ethiek (het goede) nog brozer dan bij Kant het geval was: volgens Schopenhauer is het schone geen symbool van het goede, maar enkel een kortstondige ‘belofte’ van harmonieuze sereniteit. Terwijl bijvoorbeeld Schiller de ethische dimensie van het sublieme beklemtoont, huist in Schopenhauers analyse van het sublieme gevoel de kiem van een onoverbrugbare kloof tussen esthetiek en ethiek. In het sublieme gevoel wordt de wil niet verloochend; hij blijft meetrillen in het esthetische bewustzijn. De esthetiek vormt geen propedeuse van de ethiek.

Inleiding

De esthetische aanschouwing als perceptuele contemplatie

De empirische aanschouwing
De objectivaties van de wil
De esthetische aanschouwing

De hiërarchie van de kunsten

De bouwkunst en de hydraulica
De tuinarchitectuur en de landschapsschilderkunst
De schilderijen en beelden van dieren
De beeldhouwkunst en de historieschilderkunst
De poëzie
De muziek

Het gevoel van het schone en het sublieme

Het esthetisch zelfbewustzijn
Het harmonieuze gevoel van het schone
Van het schone naar het sublieme: overgang en breuk
Het treurspel als subliem kunstwerk bij uitstek?

Ethische dimensies van het schone en het sublieme

De belangeloosheid: link of breuk met de ethiek?
Schopenhauers descriptieve ethiek
Ethische dimensies van het gevoel van het schoene
Ethische dimensies van het sublieme gevoel

Epiloog

De status van de filosofie, de logica en de wiskunde
De verstandhouding tussen esthetiek en ethiek

Literatuur

Bart Vandenabeele

Related titles