Lo, Donk, Horst

Taalkunde als sleutel tot de vroege middeleeuwen

Jozef van Loon

Regular price €59.50 (including 6% VAT) Sale

Monograph - hardback

Vernieuwde inzichten in de geschiedenis van de Frankische en Merovingische periode

Taalkunde is een van de meest veronachtzaamde hulpwetenschappen voor de studie van de vroegste middeleeuwen. Dit boek probeert daar verandering in te brengen.

In het eerste deel wordt de precieze betekenis bepaald van drie welbekende grondwoorden (lo, donk en horst) in de Nederlandse toponymie. Door die inzichten komen sommige teksten die tot nu historisch weinig geloofwaardig werden geacht, in een onverwacht nieuw licht te staan. Het wordt aldus mogelijk met verrassende scherpte door te dringen tot de geschiedenis van de Frankische en Merovingische periode, waarbij in het bijzonder wordt ingegaan op de oudste geschiedenis van Oudenburg, Gent, St.-Ghislain en Lier.

Dit boek is niet alleen een pleidooi voor de herwaardering van de filologische taalkunde, maar ook voor een vernieuwde studie van de rijke hagiografische literatuur van de middeleeuwen.

Deze publicatie is GPRC-labeled (Guaranteed Peer-Reviewed Content).





Voorwoord
De betekenis van toponiemen: een semantische valkuil

I. LO

1. Stand van het onderzoek
1.1. De vele betekenissen van lo
1.2. Verre etymologische verwanten ·

2. Een nieuwe interpretatie
2.1. De namen Aarle en Taarlo als ezelsbruggetje
2.2. Lo als cultuurbos
2.2.1. Historische contexten
2.2.2. Boomsoorten in samenstellingen op -lo
2.2.3. Bezitsrelaties in samenstellingen op -lo
2.2.4. Samenstellingen van het type Hulsterlo, Tessenderlo

3. Secundaire denotaties van lo
3.1. Lo als nederzettingsnaam
3.2. Lo als centrale vergaderplaats
3.3. Lo als sacraal bos
3.3.1. Oude en nieuwe opvattingen
3.3.2. Latijns lucus, in het bijzonder bij Tacitus
3.3.3. Noord-Germaans lund
3.4. Het meervoud Loon

4. Sacrale lo’s in de Nederlanden
4.1. Onechte lo-namen
4.2. Oudgermaanse godennamen
4.2.1. Donar
4.2.2. Wodan
4.2.3. Saturnus
4.2.4. Thingsus
4.2.5. De interpretatio germanica van het Romeinse pantheon
4.3. Andere sacrale namen op -lo
4.4. Andere woorden voor sacrale plaatsen: alh, harg, nimid, wīh

5. Een historische toepassing: het raadselachtige Herualdolugo (745-770)
5.1. Een analyse van de oorkonde van 745
5.1.1. De dubbele versie van de schenkingsoorkonde van 745
5.1.2. Motieven voor het conterfeiten van *A
5.1.3. Een vergelijking met de Stenetland-oorkonden (826-867)
5.1.4. Een vergelijking met de Sigeradus-oorkonde van 770
5.1.5. De antroponiemen in de Felix-oorkonde van 745
5.2. Herualdolugo en de romanisatie van Vlaanderen
5.2.1. Lugo = lucus
5.2.2. Proto-Romaanse flexieuitgangen
5.2.2.1. De imparisyllabische verbuiging
5.2.2.2. De parisyllabische verbuiging
5.2.3. Een hybridische samenstelling
5.2.4. Proto-Romaans in West-Vlaanderen
5.3. Wie was Heruald?
5.3.1. Voornaam of predicaat?
5.3.2. Magister militum
5.3.3. Van wanneer dateert Herualdolugo?
5.3.4. Het verband met Oudenburg
5.3.5. Herualdolugo als cultusplaats
5.3.5.1. Een lucus voor de Heer der Heerscharen
5.3.5.2. De herwijding van Herualdolugo

II. DONK

1. De etymologie
1.1. De historiek van het onderzoek
1.2. De grondbetekenis

2. De oudste donk-namen
2.1. Chronologische lijst met de oudste donk-namen (tot 1225)
2.2. Mendonk (Oost-Vlaanderen)
2.3. Donk (Limburg)
2.4. Ursidongus (Vita S. Gisleni)
2.5. Nivesdung (Vita S. Gummari)
2.6. Kenmerken van de vroegmiddeleeuwse donken
2.6.1. Een waterbouwkundig werk
2.6.2. Ligging aan een waterweg
2.6.3. Chronologische lagen in de middeleeuwse donk-namen
2.6.4. Donk als vroegmiddeleeuws modewoord

3. Het voortleven van donk in de middeleeuwen
3.1. Terreinkenmerken van de Kempische donken
3.2. Functie en sociale status van de agrarische donken
3.3. Donk versus dongen en dungen

4. Donk en horst
4.1. Donk versus horst woordgeografisch 7
4.2. Hoe ging horst ‘donk’ betekenen?
4.3. Saksen versus Franken
4.4. Donk en horst als getuigen van middeleeuwse migraties
4.4.1. Boven-Rijn en Oost-Duitsland
4.4.2. Engeland

5. Historische gevolgtrekkingen
5.1. Beschouwingen over de vroegste geschiedenis van Gent
5.1.1. Prosopografische beschouwingen over de H. Bavo
5.1.1.1. Waar lag de kluis van de H. Bavo?
5.1.1.2. Persoonsnamen en verwantschapsrelaties
5.1.1.3. De Haspengouwse herkomst van de H. Bavo
5.1.2. Het vroegste grondbezit van St.-Baafs
5.1.2.1. Het oudste grondbezit volgens de bronnen
5.1.2.1.1. Het Liber Traditionum: fraude om bestwil?
5.1.2.1.2. De selectieve opsomming van het grondbezit
5.1.2.2. Het oudste grondbezit in het onmiddellijke ommeland
5.1.2.2.1. De domeinen Marka en Vlierzele
5.1.2.2.2. De bosmassieven ten noordoosten
5.1.2.2.3. De onbekende zele-groep en de villa Achtene
5.1.2.2.4. Het domein Sloten en de Heremus
5.1.2.2.5. Het donkengebied aan de Durme
5.1.2.2.6. Was er een donatio Bavonis?
5.1.3. Ganda en Blandinium, St.-Baafs en St.-Pieters
5.1.3.1. Stichtte St.-Amandus in Gent twee abdijen?
5.1.3.2. De beginjaren van de St.-Baafsabdij als geestelijke stichting
5.1.3.3. De cultus van de H. Bavo als politiek instrument
5.1.3.4. De St.-Baafsabdij als militair steunpunt
5.1.3.5. De opeenvolgende benamingen van de St.-Baafsabdij
5.1.3.5.1. Ganda en monasterium sancti Bavonis
5.1.3.5.2. Sancti Petri monasterium
5.1.3.6. De opeenvolgende benamingen van de St.-Pietersabdij
5.1.3.6.1. Monasterium Sancti Petri
5.1.3.6.1.1. De vervreemde St.-Petrustitel
5.1.3.6.1.2. De restauratie van de St.-Baafsabdij
5.1.3.6.2. Blandinium
5.1.3.6.2.1. De oudste vermeldingen van Blandinium
5.1.3.6.2.2. De stichting volgens de Ratio Fundationis
5.1.3.7. De oudste namen van de stad Gent
5.2. De Vita S. Gummari en de ontstaansgeschiedenis van de stad Lier
5.2.1. De tekstgenese van de Vita S. Gummari
5.2.1.1. De datering van de vita prosaica en de vita metrica
5.2.1.2. De Vita S. Rumoldi en de fantasienaam Ledo
5.2.1.3. De periodisering van de diverse redactiestadia
5.2.2. De historiciteit van personen en gebeurtenissen
5.2.2.1. De historiciteit van de persoon van St.-Gummarus
5.2.2.2. De allegorese van Hoofdstuk XI
5.2.2.3. Chronologie van de gebeurtenissen in Hoofdstuk XIV
5.2.3. Lier als een ontstolen naam
5.2.3.1. Allier als het oorspronkelijke Lier
5.2.3.2. De taboenaam Ledo en de translatio van de naam Lier
5.2.4. De motieven voor het schrijven van de Vita S. Gummari
5.2.4.1. Was Gummarus wel een heilige?
5.2.4.2. De bedoelingen van de Vita S. Gummari
5.2.4.3. Poging tot een chronologie van de gebeurtenissen
5.3. Franken en Karolingen in Henegouwen
5.3.1. Frankisch Henegouwen: Ursidongus en Castrilocus
5.3.2. De mysterieuze abt Elephans en de abdij Saint-Ghislain

Samenvatting
Literatuur
Index

Format: Monograph - hardback

Size: 240 × 160 × 25 mm

384 pages

ISBN: 9789072474971

Publication: September 22, 2017

Series: KANTL - Studies op het gebied van de Nederlandse taalkunde

Languages: Dutch; Flemish

Stock item number: 117398

Jozef van Loon is emeritus gewoon hoogleraar Duitse en Nederlandse taalkunde aan de Universiteit Antwerpen. Van zijn hand zijn onder meer volgende boeken: Morfeemgeschiedenis en -geografie van de Nederlandse toenamen (Handzame 1981), De ontstaansgeschiedenis van het begrip Stad (Gent 2000), Principles of Historical Morphology (Heidelberg 2005) en Historische Fonologie van het Nederlands (Antwerpen 2014).
Op een verfrissende manier geeft hij aan hoe de oude etymologie net een verhelderend licht kan werpen op tijdsvakken waarin amper geschreven bronnen voorhanden zijn. Van Loon slaagt erin om zo een nieuw licht te werpen op de oudste geschiedenis van plaatsen als Oudenburg, Gent en Lier. Overbekende toponiemen als Lo, Donk en Horst worden spannende objecten van geschiedschrijving! Een verrassende studie, zeker ook voor mensen die geïnteresseerd zijn in lokale geschiedschrijving.
(JG), Christursrex.be, november 2017