De nominale constituent

Structuur en geschiedenis

Freek Van De Velde

Regular price €26.00 (including 21% VAT) Sale

Monograph - ebook

De nominale constituent is een onderbelicht domein van de syntaxis, zeker in de historische taalkunde. Dat is niet terecht, want over de syntactische bouw ervan is men het lang niet eens, en de veranderingen die zich in de loop van de geschiedenis hebben voorgedaan, zijn talrijk. In dit boek wordt geargumenteerd dat achter die diverse veranderingen een grote tendens schuilgaat: de Nederlandse nominale constituent is het resultaat van een eeuwenlang proces van stapsgewijze uitbreiding ter linkerzijde met een aantal duidelijk onderscheiden kavels (‘slots’) in het voorveld. Deze visie laat toe een aantal ogenschijnlijk heel uiteenlopende taalveranderingen samenhangend te verklaren. Het onderzoek strekt zich uit over verschillende eeuwen taalgeschiedenis. De klemtoon ligt uiteraard op het Oud-, Middel- en Nieuwnederlands, maar waar mogelijk wordt nog verder teruggegaan, tot de gereconstrueerde fasen van het Proto-Germaans en het Proto-Indo-Europees. In de argumentatie worden data uit verschillende talen betrokken – onder andere Hittitisch, Sanskriet, Grieks, Latijn, Gotisch, Oudengels, Oudhoogduits – en er wordt gebruik gemaakt van allerhande technieken, van theoretisch onderzoek tot kwantitatief corpusonderzoek. Verder wordt er ook uitvoerig verwezen naar de bestaande internationale vakliteratuur.

Deel I: Synchronie

Hoofdstuk 1: De constituent
1.1 Een sobere grammatica: vorm-betekeniscorrelaties
1.2 Dependentie
1.3 Betekenis, semantiek en interpretatie
1.4 Middelen om dependentie te markeren
1.4.1 Dependentie uitgedrukt door morfologie
1.4.2 Dependentie uitgedrukt door woordvolgorde
1.4.3 Dependentie uitgedrukt door prosodie
1.4.4 Dependentie uitgedrukt met andere middelen
1.5 Besluit

Hoofdstuk 2: Voorbepalingen
2.1 Drie voorbepalingen
2.2 Numeralia en kwantoren
2.3 Onderverdeling van de adjectiefzone
2.4 Pre- en postdeterminatoren
2.5 Superlatieven en genitieven
2.6 Besluit

Hoofdstuk 3: Nabepalingen
3.1 De Nederlandse NC kent geen nabepalingen
3.2 Argumenten
3.2.1 Discontinue NC’s
3.2.1.1 Extrapositie en extractie: echte discontinuiteit?
3.2.1.2 Appositie en predicatieve toevoeging: schijndiscontinuiteit
3.2.2 Relatoren
3.2.2.1 De syntactische functie van relatoren
3.2.2.2 Nabepalingen met relator
3.2.2.3 Nabepalingen zonder relator
3.2.2.4 Samenvatting
3.2.3 Typologisch patroon
3.3 Besluit

Deel II: Diachronie

Hoofdstuk 4: Regelmaat in taalverandering
4.1 Grammaticalisatie
4.1.1 Definitie
4.1.2 Discussie
4.1.2.1 Verbleking of verrijking?
4.1.2.2 Constructionele aanpak
4.1.2.3 Discours
4.1.2.4 Synchroon of diachroon?
4.1.2.5 De eenrichtingshypothese
4.1.2.6 Grammaticalisatietheorie
4.1.3 Symptomen
4.2 Subjectificatie
4.2.1 Definitie
4.2.2 Discussie
4.2.3 Symptomen
4.3 Extensie
4.3.1 Definitie
4.3.2 Beperkingen
4.4 Onregelmaat in taalverandering
4.5 Besluit

Hoofdstuk 5: De uitbreiding van de NC als een regelmatige verandering
5.1 De uitbreiding van de NC
5.2 De uitbreiding van de NC als grammaticalisatie
5.3 De uitbreiding van de NC als subjectificatie
5.4 De uitbreiding van de NC als extensie
5.5 De uitbreiding van de NC in taalvergelijkend perspectief
5.6 Besluit

Hoofdstuk 6: De ontwikkeling van een kavel voor adjectieven
6.1 Proto-Indo-Europees
6.1.1 De naakte NC
6.1.1.1 Geen adjectieven
6.1.1.2 Geen vaste positie
6.1.1.3 NC-markeerders
6.1.1.4 Latere ontwikkelingen
6.1.2 Besluit
6.2 Protogermaans
6.2.1 Adjectieven als nieuwe woordsoort
6.2.2 Grammaticalisatie van de adjectiefkavel
6.2.2.1 Afnemende uiteenplaatsing
6.2.2.2 Afnemende achteropplaatsing
6.2.3 Besluit
6.3 Van Westgermaans naar Nederlands
6.3.1 Consolidatie van de adjectiefkavel
6.3.2 Extensie van de adjectiefkavel
6.3.2.1 Deelwoorden en gerundiva
6.3.2.2 Pronomina
6.3.2.3 Telwoorden
6.3.2.4 Andere gevallen
6.3.2.5 Directionaliteit
6.3.3 Besluit

Hoofdstuk 7: De ontwikkeling van een kavel voor determinatoren
7.1 Protogermaans
7.1.1 Criteria voor determinatoren
7.1.2 Geen determinatoren in het Protogermaans
7.2 Oudnederlands
7.2.1 Grammaticalisatie van de determinatorkavel
7.3 Van Middelnederlands tot hedendaags Nederlands
7.3.1 Consolidatie van de determinatorkavel
7.3.2 Extensie van de determinatorkavel
7.3.2.1 Possessiva
7.3.2.2 Pronomina van wijze
7.3.2.3 Adjectieven van wijze
7.3.2.4 Anaforische adjectieven
7.3.2.5 Determinatoren in de dop
7.3.2.6 Genitieven
7.4 Besluit

Hoofdstuk 8: De ontwikkeling van een kavel voor kopbepalingen
8.1 Middelnederlands
8.1.1 Geen kopbepalingen in het Middelnederlands
8.2 Nieuwnederlands
8.2.1 Grammaticalisatie van de kavel voor kopbepalingen
8.2.2 Consolidatie van de kavel voor kopbepalingen
8.3 Hedendaags Nederlands
8.3.1 Extensie van de kavel voor kopbepalingen
8.3.1.1 Partikelclusters
8.3.1.2 Andere adverbia
8.3.1.3 Combinaties
8.3.1.4 Zinsbrokken
8.4 Besluit

Hoofdstuk 9: Oorzaken en verklaringen
9.1 Drift
9.2 Organische ontwikkeling: groei en verval
9.3 Evolutie
9.4 Genres, registers en stijl
9.5 Taalcontact
9.6 Taalinterne factoren
9.7 De NC-drift
9.8 Besluit

Format: Monograph - ebook

418 pages

ISBN: 9789461660121

Publication: March 20, 2013

Languages: Dutch; Flemish

Freek Van de Velde docent Nederlandse taalkunde aan de KU Leuven.

Mijn conclusie is dan ook dat Van de Velde erin geslaagd is om een interessant syntactisch probleem op een buitengewoon originele manier te benaderen en te analyseren. Bovendien schrijft hij zijn betoog op een heldere en zeer leesbare manier op. Omdat de analyse niet bij één bepaalde taalkundige theorie aansluit, is het boek ook geschikt voor belangstellenden die zich niet elke dag met linguïstisch onderzoek bezig houden. Een zinvolle aanvulling van de resultaten van ditboek zou verder onderzoek naar de ontwikkeling van nominale samenstellingen zijn om een gedetailleerder beeld van de NC te krijgen niet alleen op syntactisch, maar ook op morfologisch gebied.
Saskia Schuster, Internationale Neerlandistiek, jaargang 48, nr 1, februari 2010